Luwtedam speelt in op natuurlijke dynamiek

Als compensatie voor verloren natuur door de aanleg van IJburg is voor de Waterlandsekust een luwtedam verrezen. De dam zal regelmatig overstromen, zodat spontane ecologische processen kunnen optred...

Kruimelpad

5 september 2010
Kantoor IBA

Luwtedam speelt in op natuurlijke dynamiek

Als compensatie voor verloren natuur door de aanleg van IJburg is voor de Waterlandsekust een luwtedam verrezen. De dam zal regelmatig overstromen, zodat spontane ecologische processen kunnen optreden.

In 1996 kreeg de gemeente Amsterdam het groene licht om in het IJmeer de woonwijk IJburg te bouwen voor 18.000 woningen. Tegelijk met de aanleg van IJburg begon de gemeente met maatregelen voor natuurcompensatie om het verlies van waterbiotoop goed te maken. De luwtedam voor de Waterlandse kust is een van deze compensatieprojecten. De luwtedam is 1,6 kilometer lang en loopt aan de binnenzijde geleidelijk over in een verondieping. Hierdoor ontstaat ruim 50 hectare wind- en golfluw gebied waarin volop ruimte is voor spontane natuurontwikkeling. Het project is in de periode 2002-2005 gerealiseerd. De investeringskosten bedragen circa 10,5 miljoen euro. In 2003 arriveerde de ‘eerste bewoner’. Vanaf dat moment zijn minstens zeventig vogelsoorten waargenomen en heeft een groot aantal broedvogels, waaronder de dwergstern, zijn intrek genomen in het gebied.

Keuze locatie

Omdat in een natuurproject ruimte moet zijn voor toeval en dynamiek, vroeg de ontwerpopgave van de luwtedam om een andere realisatiestrategie dan gebruikelijk is bij waterbouwkundige projecten. Het ontwerp moest niet alles vastleggen, maar zich beperken tot de hoofdlijnen. Tijdens de aanlegfase was hetzaak voldoende flexibiliteit in te bouwen om de voorgenomen ingrepen te heroverwegenen eventueel tussentijds te wijzigen. Wat wellicht nog belangrijker is: alle betrokkenen bij het project moesten bereid zijn om een aantal onzekerheden te accepteren.

Na een verkenning van mogelijke locaties langs de kustlijn van Waterland, viel het besluit de luwtedam aan de oostkant van de polder IJdoorn in het IJmeer te situeren. Het voordeel is dat het water hier relatief ondiep is. Hierdoor loopt de met struweel begroeide zanddam geleidelijk over in het ondiepe, beschutte water met waterplantenvelden. Aan deze ondiepte grenzen de rietoevers en natte graslanden van IJdoorn, waarmee het ecologische palet compleet is. Bovendien heeft de aanleg van een dam op deze plek cultuurhistorische betekenis. Hier lagin de Middeleeuwen een dijk, die bij een van de vele doorbraken van de Zuiderzee in Waterland is verdwenen.

De dam is zo vormgegeven dat de buitenrand met een flauwe curve terugbuigt tussen twee markante vooruitstekende punten in de Waterlandse kust: de knik in de dijk bij het Kinselmeer aan de noordkant en het Vuurtoreneiland aan de zuidzijde. Door het terugwijken van de lijn van de luwtedam blijft het zicht tussen deze twee punten behouden. Langs de binnenrand van de dam ontstaat een grillige grens tussen land en water.

Bewuste zwakke plekken

Voor de dimensionering van de dam is als hydraulische randvoorwaarde een situatie gehanteerd die gemiddeld eens in de honderd jaar optreedt. Dit is een zeer lichte norm vergeleken met het ontwerp van de waterkering rondom IJburg, die berekend is op een situatie die gemiddeld eens in de 4000 jaar optreedt. Bij het bereiken van het gehanteerde uitgangspunt zal de luwtedam niet bezwijken maar wel regelmatig overstromen, waardoor spontane ecologische processen een kans krijgen. Bijkomend (kosten)voordeel van deze norm is dat er slechts een relatief lichte bescherming nodig is tegen golfaanval: de zanddam is aan de buitenkant voorzien van een beschermende stortstenen bekleding met een lichte sortering van 10 tot 60 kilogram. Om nog meer dynamiek in het systeem te brengen is bovendien bewust een zwakkeplek in de dam aangebracht. Over een lengte van circa 10 meter is de bovenste meter vande stortstenen bekleding in een nog lichte resortering aangebracht. Hiermee wordt een gecontroleerde doorbraak van de dam mogelijk.

De gevolgen van de doorbraak voor de stabiliteit van de dam zijn overigens beperkt, aangezien de onderzijde van de stortstenen bekleding in oorspronkelijke sortering gehandhaafd blijft. Uiteindelijk zal achter de dam een gebied van circa één hectare ontstaan waar golferosie een extra ecologische dimensie toevoegt aan het project. De onderhoudshoogte van de kruin van de dam is vastgesteld op NAP +0,30 meter, zo’n 0,60 meter boven gemiddeld meerpeil. Bij deze hoogte ligt de dam laag boven het water en is deze voor recreatief verkeer op het water toch goed zichtbaar. De bodemcondities op de projectlocatie zijn slecht: op een basis van pleistoceen zand (NAP –12 meter) komen wisselend slappe lagen veen, klei en zanderig materiaal voor. Omdat de afzonderlijke diktes in het projectgebied aanzienlijk variëren, was het in het voortraject vrijwel onmogelijk om het zettinggedrag nauwkeurig te bepalen.

Aanleg dam

Het project is in twee uitvoeringsfasen geknipt, en wel om twee redenen. Allereerst was het nog mogelijk om bij te sturen in ontwerp op basis van reeds ingezette natuurontwikkeling en in aan te brengen zandlaagdikte op basis van gemeten zettinggedrag. Daarnaast was er zo meer flexibiliteit om vraag en aanbod van grond die nodig is om de verondieping te vullen, op elkaar af te stemmen. Begin april 2002 begon de eerste uitvoeringsfase met de aanleg van de luwtedam zelf en een achterdam die tezamen een ring vormen voor de later in te vullen verondieping. De bodem van de verondieping werd afgestrooid met een laag zand om een stabielere bodem te krijgen.

Voor de aanleg van de dammen was zand het basismateriaal, omdat dit gecontroleerd op de slappe bodem was aan te brengen. Het zand, afkomstig uit het Markermeergebied, werd in dunne laagjes met een sproeiponton op de yoghurtachtige bodem aangebracht. Deze aanlegmethode geeft een geringe vertroebeling van het omringende oppervlaktewater en is daardoor milieuvriendelijk. In de eerste uitvoeringsfase is de dam zo’n meter boven gemiddeld meerpeil aangelegd en voorzien van een tijdelijke bescherming tegen golfaanval. In deze fase werd overigens ook duidelijk dat het aanvullen van de verondieping met grond van andere projecten onhaalbaar was door financiële, milieuhygiënischeen logistieke redenen. Besloten is toen om de verondieping voor een deel met zand aan te vullen. In april 2003 is de eerste uitvoeringsfase afgerond.

In 2004 zijn de natuurontwikkeling en de zettingen van de ondergrond gevolgd. Op basis van het gemeten zetting verloop zijn aanvullende geotechnische berekeningen gemaakt en de definitieve zandlaagdiktes bijgesteld. Opmerkelijk hierbij was dat de bijstelling slechts marginaal was. Voor de noordzijde van de dam is bijvoorbeeld een totale zandlaagdikte van 4,8 meter bepaald, terwijl de eerder uitgevoerde indicatieve berekening een zandlaagdikte van 4,5 meter opleverde. In september 2004 ging de tweede uitvoeringsfase van start. Tezamen met de tweede ophoogslag is de voorzijde van de dam voorzien van een definitieve stortstenen bekleding met daarachter een grindfilter. Vanwege de reeds ingezette (natuurlijke) ontwikkeling is de verondieping zelf niet verder meer aangevuld. Wel is nog een zeer geleidelijke overgang gemaakt van de dam richting de verondieping, zodat een voor natuurontwikkeling optimaal grensvlak tussen land en water aanwezig is.

Beheer project

Na de overdracht van het project in april 2005 krijgt de luwtedam een technisch beheerder(Rijkswaterstaat) en een natuurbeheerder (Staatsbosbeheer). De functionele inspectie van de dam voert Staatsbosbeheer uit, in opdracht van Rijkswaterstaat. Deze inspectie houdt in dat Staatsbosbeheer alleen grote schadebeelden, zoals verzakking of afkalving van de dam, aan Rijkswaterstaat rapporteert. De schade wordt dan overigens niet per definitie hersteld, maar alleen als deze in de toekomst kan leiden t ot onevenredig hoge onderhoudskosten.

Auteurs: Ir. J.H.M. Mooren en Ir. Y. Feddes

Verschenen in : Land + Water, nr. 6/7, juni 2005, pp. 24-25

Yttje Feddes is landschapsarchitect bij H+N+S landschapsarchitecten.

Projectgegevens

Karakteristiek: 1,6 km lange luwtedam met verondieping bij polder IJdoorn in IJmeer

Opdrachtgever: Projectbureau IJburg Amsterdam

Ontwerp: H+N+S landschapsarchitecten, DHVadvies- en ingenieursbureau

Bestek, contractvorming en Directie: Ingenieursbureau Amsterdam

Uitvoering: Combinatie IJburg (eerste uitvoerings-fase) en Firma van Vliet (tweede uitvoe-ringsfase)

Realisatie: 2002-2005

Hoeveelheid verwerkt zand: 900.000 m3

Hoeveelheid verwerkt stortsteen: 38.000 ton

Investeringskosten:10,5 miljoen euro

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:

Joep Mooren
t: 020 251 1390
e: jmooren@iba.amsterdam.nl