Hoofdnavigatie
1 augustus 2010

Almere heeft de taak om 60.000 woningen te bouwen in de periode 2010 tot 2030. Voor deze uitbreiding zijn verschillende locaties beschikbaar. In Almere Pampus, een westelijke uitbreiding van Almere, zijn mogelijkheden voor 15.000 tot 40.000 woningen. Ingenieursbureau Amsterdam (IBA) heeft voor deze westelijke uitbreiding geadviseerd voor de binnendijkse - en de buitendijkse locaties.
Het adviestraject bestond uit drie fases: onderzoek, rekenen & tekenen en de afronding met een masterplan. In de onderzoeksfase zijn de technische omgevingsrandvoorwaarden in kaart gebracht, die sturend kunnen zijn voor de gebiedsontwikkeling. Daarnaast zijn voor de buitendijkse ontwikkelingen drie varianten onderzocht: bouwen op land, bouwen op constructies en drijvend wonen. Als meest haalbare oplossing komt toch het bouwen op land naar voren, met accenten voor bouwen op constructies en drijvend wonen. Het meervoudig ruimtegebruik voor het bouwen op constructies is een interessant voordeel.
Voor de binnendijkse ontwikkeling moet rekening worden gehouden met de ondergrond. In dit deel van de Flevopolder is een grote variatie van de ondergrond aanwezig met invloed op zettingen en opbarsten van de bodem. In de reken & tekenfase zijn varianten voor de gebiedsontwikkeling onderzocht en ook financieel doorgerekend. Zowel een zelfstandig binnendijkse oplossing als combinaties van binnendijkse en buitendijkse uitbreidingen zijn in kaart gebracht.
Als afronding van het project wordt een masterplan opgesteld, waarin de bijdragen van IBA zijn opgenomen. Dit plan presenteert de best haalbare ontwikkelingsmogelijkheden. Het masterplan is een onderdeel in de besluitvorming voor de totale uitbreiding van Almere. Naar verwachting is de besluitvorming in 2009, wanneer ook de resultaten van andere regionale studies bekend zijn.
In de tweede helft van 2008 wordt het masterplan ingezet bij de verdere besluitvorming. Juist in deze fase is het van groot belang om goed rekening te houden met de omgevingscondities, die van invloed zijn op deze gebiedsontwikkeling.
In de onderzoeksfase zijn de civieltechnische bouwstenen geïnventariseerd. Dit zijn ingrediënten voor de stedenbouwkundige planvorming. Ook de kostenaspecten zijn hiervoor in kaart gebracht. Drie hoofdvormen voor de buitendijkse ontwikkeling zijn met elkaar vergeleken. Verschillende stedenbouwkundige ontwerpen zijn vervolgens in het team opgezet en doorgerekend. Dit heeft geresulteerd tot de voorstellen van het masterplan.
Jim van Ophem
t: 020 251 1391
e: jophem@iba.amsterdam.nl